Home Over Vlaggetjesdag Geschiedenis

Geschiedenis

Geschiedenis

Aan Vlaggetjesdag gaat een lange geschiedenis vooraf. Maar de feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij zijn echter nog niet zo oud. Vanaf 1947 heeft Vlaggetjesdag pas een officiële betekenis gekregen. En in 1950 is er ook een Comité Vlaggetjesdag opgericht die de organisatie van Vlaggetjesdag voortaan in handen had.

Maar de voorgeschiedenis over de haringvangst gaat verder terug. In 18e eeuw gold voor de dorpen aan de kust, waaronder Scheveningen, een verbod de gevangen haring te kaken. Om een te grote aanvoer van verse haring te vermijden, bleven de meeste schuiten destijds een deel van de zomer vissen op plat- of rondvis. Rond september was de haring het meest geschikt om tot bokking te worden verwerkt. Slechts 8 of 10 schuiten vertrokken in die tijd ter haringvangst. Zo lagen op 14 september 1781 een tiental ‘schuiten’ gereed voor de afvaart. Stadhouder Willem V was, zoals dikwijls, bij de afvaart aanwezig. De vissers stelden dat zeer op prijs. Dat blijkt uit een Schevenings dichtwerk van die tijd. Uit het gedicht komen enige herkenbare elementen naar voren. Men liet de vlaggen waaien: een soort Vlaggetjesdag dus. Na de afvaart komen twee schuiten terug om de Prins (stadhouder) eer te bewijzen. Met wat fantasie zou dit kunnen worden vergeleken met het ‘admiraalzeilen’. En tenslotte zal de eerste haring welke zij vangen voor de Prins bestemd zijn. Dit wijkt in feite weinig af van wat wij tegenwoordig het aanbieden van ‘koninginneharing’ noemen.

De monopolie van het haring kaken en pekelen lag toentertijd alleen in handen van de Maasteden. Zowel Katwijk als Scheveningen streed om dit recht te verkrijgen. Tevergeefs.  Napoleon schafte tijdens de Franse overheersing het monopolie af, maar koning Willem I gaf het alleenrecht weer terug aan de Maassteden. Pas in 1857 werd het kaakmonopolie opgeheven, maar het duurde nog ruim tien jaar voordat er door de Scheveningse vissers gebruik van werd gemaakt.  Na de eeuwwisseling werd de 1e Binnenhaven aangelegd. Het eerste vertrek naar de haringgronden vanuit die haven was in het voorjaar van 1905. Vermeldingen van feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij in dat jaar zijn niet gevonden. Men dient met foto’s uit die tijd op te passen. Een haven vol bomschuiten en zeilloggers met hun gebruikelijk gevoerde pronkvanen doen al snel een Vlaggetjesdag vermoeden zonder dit in werkelijkheid te zijn. Ook de jaren tussen 1910 en 1946 laten evenmin feestelijkheden zien rond het begin van de haringvisserij.

Share

Lees meer...

De stadhouder

Men spreekt soms over ‘Vlaggetjesdag’ alsof deze al honderden jaren wordt gevierd. De feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij zijn echter lang zo oud nog niet. Tenminste als we op zo’n dag een onderscheid willen maken tussen georganiseerde - en ongeorganiseerde feestelijkheden. De auteur J.C. Vermaas vermeldt in zijn ‘Geschiedenis van Scheveningen’ niets over een feest dat Vlaggetjesdag wordt genoemd. Maar een tweetal gedichten uit zijn boekwerk vertellen er zijdelings toch wel iets over. Eerst het volgende. In 18e eeuw gold voor de dorpen aan de kust, waaronder Scheveningen, een verbod, de gevangen haring te kaken. Om een te grote aanvoer van verse haring te vermijden, bleven de meeste schuiten destijds een deel van de zomer vissen op plat- of rondvis. Rond september was de haring het meest geschikt om tot bokking te worden verwerkt. Slechts 8 of 10 schuiten vertrokken in die tijd ter haringvangst. Zo lagen op 14 september 1781 een tiental ‘schuiten’ gereed voor de afvaart. Stadhouder Willem V was, zoals dikwijls, bij de afvaart aanwezig. De vissers stelden dat zeer op prijs. Dat blijkt uit een Schevenings dichtwerk van die tijd. Het gedicht, getiteld ‘Een nieuw Lied op het afvaren der schuiten tot de Versche-HaringVangst te Scheveningen’ vertelt het een en ander.

Share

Lees meer...

Job van der Ende

De bovengenoemde scheepstimmerman uit het Scheveningen van begin 20e eeuw geeft ons een redelijk beeld van de scheepsbouw uit zijn jeugd. Van der Ende was in het begin van de vijftiger jaren een niet onverdienstelijke modelbouwer van scheepstypen, zoals bommen en loggerbommen. Ruim twintig stuks van deze modellen wilde Van der Ende destijds gebruiken voor een tentoonstelling. Hij noemde het geheel een diorama. Dit diorama moest een vanuit zee waargenomen opgetuigde bommenvloot voorstellen, liggend op het strand. Zijn denkbeeld ging daarbij terug naar een Vlaggetjesdag uit het jaar 1894. Voor wat betreft de naamgeving van zo’n dag in 1894 sloeg hij de plank mis. Maar daarover later.
De bommen, op schaal gemaakt voor zijn diorama, waren bijna gereed voor het afvaren ter haringvisserij. Tijdens het aanschouwen van het diorama moest de bezoeker zich wanen aan het strand van Scheveningen en wel even voor Pinksteren in 1894. De bommen waren keurig geverfd en geteerd. In de Pinksterweek werden de schepen uitgerust met lange pronkvanen, die in blauw of rood in de toppen van de masten hingen. Aan de giek werden nog, ter versiering, breeltjes (drijvers voor de netten) gehangen. Daarbij kwamen nog de blauwe zoutvlaggen, oranjevlaggen en de nationale driekleur. Al naar gelang meer schepen gereed kwamen werd ook meer gevlagd. Er was dan ook sprake van een ‘vlaggenweek’, aldus Van der Ende. Kleine zelfstandigen uit Scheveningen en uit Den Haag grepen deze gelegenheid aan tot de verkoop van poffertjes, wafels en zoetwaren. Boeren en tuinders uit het Westland en verdere omgeving kwamen met vrouw en kinderen op bespannen sjezen het strand bezoeken.

Share

Lees meer...

De jaren na 1900

Na de eeuwwisseling werd de 1e Binnenhaven aangelegd. Het eerste vertrek naar de haringgronden vanuit die haven was in het voorjaar van 1905. Vermeldingen van feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij in dat jaar zijn niet gevonden. Men dient met foto’s uit die tijd op te passen. Een haven vol bomschuiten en zeilloggers met hun gebruikelijk gevoerde pronkvanen doen al snel een Vlaggetjesdag vermoeden zonder dit in werkelijkheid te zijn. De jaren tussen 1910 en 1930 laten evenmin feestelijkheden zien rond het begin van de haringvisserij. Indien dit wel zo is geweest dan is daar in ieder geval via de pers geen aandacht aan besteed.
Van het jaar 1931 mocht worden verwacht dat het raak zou zijn met feestelijkheden. Echter nadat de 2e Binnenhaven in april feestelijk was geopend sloeg de nuchterheid weer toe. Op 7 mei vertrok een Zoutkamper vaartuig met schipper D. Pronk zonder drukte als eerste ter haringvisserij vanuit Scheveningen. Al snel werd hij gevolgd door de SCH 198 van S. Taal, eveneens zonder veel drukte. Een onderzoek over de dertiger jaren blijkt niets op te leveren. Er moest opnieuw een sprong in tijd worden gemaakt.

Share

Lees meer...

De reders enthousiaster

In 1948 was de ‘Redersvereniging Scheveningen’ zelf geïnteresseerd geraakt in feestelijkheden rond het vertrek van de vissersvloot. De reders vonden dat de uitvaart van het eerste gedeelte van de haringvloot op 18 mei met enig vertoon gepaard diende te gaan. Daarbij had de Stichting Scheveningen, onder voorzitterschap van apotheker M. den Heijer, in haar programma rond het jubileumjaar van Koningin Wilhelmina reeds verschillende autoriteiten voor die 18e mei uitgenodigd. De Redersvereniging verzocht de leden de schepen vanaf 10 uur die dag naar zee te laten gaan en de vloot vervolgens te laten stomen tot aan het einde van de boulevard, daarna in kiellinie terug naar de havenmonding waarna de vloot echt zee zou kiezen. In feite een soortgelijke gebeurtenis als in 1781. Nadere instructies werden niet gegeven. De schippers dienden naar omstandigheden te handelen. De secretaris zou het Nederlands Persbureau van de plannen in kennis stellen. En zo gebeurde het ook. Tijdens de vlootschouw van de Scheveningse loggers met veel vlagvertoon zaten naast een aantal wethouders ook leden van het Bedrijfschap voor Visserijproducten op het terras van het Kurhaus, allen op uitnodiging van de Stichting Scheveningen. Daarna volgde een optocht met praalwagens, opgesierd met visserijmaterialen en producten uit de vishandel en dergelijke. De reddingsboot ‘Arthur’ en het hospitaalkerkschip waren eveneens in zee; passagiers waren nog niet aan boord van de loggers maar vanaf het hospitaalkerkschip hield inspecteur Schuringa van de Scheepvaartinspectie de manoeuvres in de gaten. Opvallend is dat noch door de reders noch door de Stichting Scheveningen het woord Vlaggetjesdag werd gebruikt. Door de pers, en dit dus voor de tweede maal, echter wel.

Share

Lees meer...

Meer artikelen...
Volg ons via...

Activiteiten op het water
Extern